Summary
Dutch to Swedish:   more detail...
  1. timmerend in elkaar zetten:


Dutch

Detailed Translations for timmerend in elkaar zetten from Dutch to Swedish

timmerend in elkaar zetten:

timmerend in elkaar zetten verbe

  1. timmerend in elkaar zetten (in elkaar timmeren; ineentimmeren)
    bygga; sammanställa; sammansätta
    • bygga verbe (bygger, byggde, byggt)
    • sammanställa verbe (sammanställer, sammanställde, sammanställt)
    • sammansätta verbe (sammansätter, sammansatte, sammansatt)

Translation Matrix for timmerend in elkaar zetten:

VerbRelated TranslationsOther Translations
bygga in elkaar timmeren; ineentimmeren; timmerend in elkaar zetten aanbouwen; bijbouwen; bouwen; construeren; uitbouwen
sammanställa in elkaar timmeren; ineentimmeren; timmerend in elkaar zetten combineren; een combinatie maken; formeren
sammansätta in elkaar timmeren; ineentimmeren; timmerend in elkaar zetten bijeen zetten

Related Translations for timmerend in elkaar zetten