Summary
Dutch to Swedish:   more detail...
  1. trappen geven:


Dutch

Detailed Translations for trappen geven from Dutch to Swedish

trappen geven:

trappen geven verbe

  1. trappen geven (schoppen; trappen)
    sparka; fjutta; kicka; rekylera
    • sparka verbe (sparkar, sparkade, sparkat)
    • fjutta verbe (fjuttar, fjuttade, fjuttat)
    • kicka verbe (kickar, kickade, kickat)
    • rekylera verbe

Translation Matrix for trappen geven:

VerbRelated TranslationsOther Translations
fjutta schoppen; trappen; trappen geven
kicka schoppen; trappen; trappen geven
rekylera schoppen; trappen; trappen geven
sparka schoppen; trappen; trappen geven aan de dijk zetten; afdanken; afvloeien; congé geven; eruit gooien; in werking stellen; ontheffen; ontslaan; opstarten; uitsturen; van zijn positie verdrijven; verzenden; wegsturen; wegzenden

Related Translations for trappen geven