Dutch

Detailed Translations for vernietigen from Dutch to Swedish

vernietigen:

vernietigen verbe (vernietig, vernietigt, vernietigde, vernietigden, vernietigd)

  1. vernietigen (verwoesten; vernielen; ruineren; slopen; afbreken)
    förstöra
    • förstöra verbe (förstör, förstörde, förstört)
  2. vernietigen (tot schroot verwerken)
    skrota
    • skrota verbe (skrotar, skrotade, skrotat)
  3. vernietigen (teniet doen; opheffen; verijdelen; nullificeren; ondervangen)
    ställa in; annullera
    • ställa in verbe (ställer in, ställde in, ställt in)
    • annullera verbe (annullerar, annullerade, annullerat)
  4. vernietigen (teniet doen; opheffen; terugdraaien; nullificeren; ondervangen)
    avboka; inställa; annullera
    • avboka verbe (avbokar, avbokade, avbokat)
    • inställa verbe (inställer, inställde, inställt)
    • annullera verbe (annullerar, annullerade, annullerat)
  5. vernietigen (tenietdoen; delgen)
    säga upp; återkalla; avbeställa; annullera
    • säga upp verbe (säger upp, sa upp, sagt upp)
    • återkalla verbe (återkallar, återkallade, återkallat)
    • avbeställa verbe (avbeställer, avbeställde, avbeställt)
    • annullera verbe (annullerar, annullerade, annullerat)

Conjugations for vernietigen:

o.t.t.
  1. vernietig
  2. vernietigt
  3. vernietigt
  4. vernietigen
  5. vernietigen
  6. vernietigen
o.v.t.
  1. vernietigde
  2. vernietigde
  3. vernietigde
  4. vernietigden
  5. vernietigden
  6. vernietigden
v.t.t.
  1. heb vernietigd
  2. hebt vernietigd
  3. heeft vernietigd
  4. hebben vernietigd
  5. hebben vernietigd
  6. hebben vernietigd
v.v.t.
  1. had vernietigd
  2. had vernietigd
  3. had vernietigd
  4. hadden vernietigd
  5. hadden vernietigd
  6. hadden vernietigd
o.t.t.t.
  1. zal vernietigen
  2. zult vernietigen
  3. zal vernietigen
  4. zullen vernietigen
  5. zullen vernietigen
  6. zullen vernietigen
o.v.t.t.
  1. zou vernietigen
  2. zou vernietigen
  3. zou vernietigen
  4. zouden vernietigen
  5. zouden vernietigen
  6. zouden vernietigen
diversen
  1. vernietig!
  2. vernietigt!
  3. vernietigd
  4. vernietigend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze

Translation Matrix for vernietigen:

NounRelated TranslationsOther Translations
förstöra afbraak; sloop
ställa in afstellen; afstemmen; inregelen; instellen; instelling op; regelen
VerbRelated TranslationsOther Translations
annullera delgen; nullificeren; ondervangen; opheffen; teniet doen; tenietdoen; terugdraaien; verijdelen; vernietigen herroepen; ongeldig maken; te niet doen; terugroepen
avbeställa delgen; tenietdoen; vernietigen afbestellen; afgelasten; afzeggen; annuleren; intrekken; nietig verklaren
avboka nullificeren; ondervangen; opheffen; teniet doen; terugdraaien; vernietigen
förstöra afbreken; ruineren; slopen; vernielen; vernietigen; verwoesten 'n aframmeling geven; aantasten; aanvreten; afbreken; aframmelen; afrossen; bederven; beschadigen; breken; iets bederven; iets vergallen; in elkaar rammen; in elkaar timmeren; liquideren; neerhalen; omverhalen; ontkrachten; ontzenuwen; slopen; stukmaken; te gronde richten; uit elkaar halen; uitroeien; verbroddelen; verdelgen; vergallen; verkankeren; verklungelen; verknallen; verknoeien; vernielen; verpesten; verwoesten; verzieken; weerleggen
inställa nullificeren; ondervangen; opheffen; teniet doen; terugdraaien; vernietigen
skrota tot schroot verwerken; vernietigen
ställa in nullificeren; ondervangen; opheffen; teniet doen; verijdelen; vernietigen afstellen; afstemmen
säga upp delgen; tenietdoen; vernietigen aan de dijk zetten; afdanken; afvloeien; congé geven; eruit gooien; van zijn positie verdrijven
återkalla delgen; tenietdoen; vernietigen herroepen; intrekken; terughalen; terugkomen op; terugnemen; terugroepen; zijn woorden terugnemen
OtherRelated TranslationsOther Translations
förstöra laten exploderen; opblazen

Wiktionary Translations for vernietigen:


Cross Translation:
FromToVia
vernietigen tillintetgöra; förinta annihilate — to reduce to nothing, to destroy, to eradicate
vernietigen förstöra destroy — to damage beyond use or repair
vernietigen spöa; mosa; krossa destroy — (colloquial) to defeat soundly
vernietigen förstöra destruct — to cause the destruction of
vernietigen släcka; utsläcka extinguish — to destroy or abolish something
vernietigen omintetgöra nullify — to make legally invalid
vernietigen förgöra vernichtenzerstören, (bewusst und unmittelbar gewaltsam) nichtigmachen
vernietigen slopa; förinta; förstöra démolirabattre pièce à pièce (se dit surtout en parlant des bâtiments, des constructions).
vernietigen förinta; förstöra détruiredémolir, ruiner, en parlant d'un édifice, d'une construction.
vernietigen ruinera; förinta; förstöra ravagerfaire du ravage.