Most Recent Dutch Words:

beëindigen Beëindigen benijden issue kracht naaf voorgaande eten lid mensen mens status tussenvoegsel gips gebruikersnaam wachtwoord taal bedrijf bedrijven passer voornemen tussenvoeging offerte voorletter starten start vijand roede verplichten krant Krant magazine hinderen hinder huisnummer eigenaar doeltreffend traag dieet interview interviewen zien krijgen ver besluitvorming inschakelen grafiek blij mee-eter gnuiven zijn beroerte oeuvre loper schuld familie nieuws kenbaar kenbaarheid bovendien huiskamer dorp bevatten alliteratie hut hedonist plint eigenlijk voorwaarde voorwaarden kraan kunnen onder andere paardrijden rotten kinderlijk vermoeiend vermoeien liegen verrot verrotten gezond zonnen godverdomme verwarming ruiken roken rook bevolkingsgroep aandeel echt uitbreiden bruikbaar bruikbare lekker omgang typisch grijs vinden verkrijgbaar openen verdienen waren waarde haren verschillende land landen Åland Land invloedrijk vaststellen vastgesteld bot botheid grof omgangsvormen kers krieken uiterlijk richten gericht ruw terwijl vragen vraag pleister pleisteren afwijken loven loof taalgebruik hap happen namelijk signalement nummer regen regenen sake saké praktisch paraaf buffel buffelen cement beton bankbetaling belastingaanslag berusten overvaller berustend accuraat voetbal voetballen acceptabel vooruitgaan massief ook vitamine bukken schaar scharen Schaar klisteren klisteer april onderhoud onderhouden hartziekte verleiden leiden motregen natrium proxy zout zouten verwoesting pier boezemvriend schroom schromen kaasstengels dat DAT kolom vroeger vroeg procedure wasserette misdaad afsluiting relaxen overgaan vest was wassen WAS wanneer minachten

Most Recent Spanish Words:

trabajar trabajando PLA soberbio soberbia flirt mal Malí MAL no gay hijo hija ver pasar ir irse vamos cariño llamar Llamar saber cd CD zarza pegar guapo gruta etiquetar etiqueta andar mejorar además desinteresado poner contar cuento decir adefesio persistir freír frío viento torcer cómodo cómodas maleta practicar práctico práctica sentarse alojamiento hacer peregrino catedral apóstol tumbar tumba destinar destino desteñirse vagar religioso turístico motivar motivo época primavera rastrero beneficiario Contenido chivato chivata también fiera estrellita corazoncito bufón hermana junípero pepita asumir sonrisita muchacho concesión retroceder alto malabarista importante sol rebajar rebajarse rebajas frotar arañar reflexionar R&B macanudo palpar timbre timbrar farol adelantar adelante adelantarse Adelante nenita miedo Miedo ejemplar maceta aguada continuar insípido comensal ser dispararse disparatar disparate arrebatar C.D. suministrar exponer ciudad ricos avanzar inadvertido agalla imprevisible todavía mojón desprendido liar ceder ayer hoy Hoy represión matanza matanzas dar venir tener salir Salir veredicto chuleta así as paliar hola feliz tuyo tuya Tuya resaltar enviar cú-cú CC azafrán centuria camisa camisas maricón atormentar atormentarse regadera Permitir bondad pelusa pobrecito agregar menudo bultos hierro herrar bostezar bostezo especia mamita ataviar atavío diablo difuminar Difuminar bufanda inmaculado luto paja paje muñón alinear sansevieria alineado desear andamio afanarse afanar afanado centenar