Summary
Dutch to German:   more detail...
  1. binnenvaren:


Dutch

Detailed Translations for binnenvaren from Dutch to German

binnenvaren:

binnenvaren verbe (vaar binnen, vaart binnen, voer binnen, voeren binnen, binnengevaren)

  1. binnenvaren (invaren)
    einfahren; hineinfahren; hereinfahren
    • einfahren verbe (fahre ein, fährst ein, fährt ein, fuhr ein, fuhrt ein, eingefahren)
    • hineinfahren verbe (fahre hinein, fährst hinein, fährt hinein, fuhr hinein, fuhrt hinein, hineingefahren)
    • hereinfahren verbe (fahre herein, fährst herein, fährt herein, fuhr herein, fuhrt herein, hereingefahren)

Conjugations for binnenvaren:

o.t.t.
  1. vaar binnen
  2. vaart binnen
  3. vaart binnen
  4. varen binnen
  5. varen binnen
  6. varen binnen
o.v.t.
  1. voer binnen
  2. voer binnen
  3. voer binnen
  4. voeren binnen
  5. voeren binnen
  6. voeren binnen
v.t.t.
  1. ben binnengevaren
  2. bent binnengevaren
  3. is binnengevaren
  4. zijn binnengevaren
  5. zijn binnengevaren
  6. zijn binnengevaren
v.v.t.
  1. was binnengevaren
  2. was binnengevaren
  3. was binnengevaren
  4. waren binnengevaren
  5. waren binnengevaren
  6. waren binnengevaren
o.t.t.t.
  1. zal binnenvaren
  2. zult binnenvaren
  3. zal binnenvaren
  4. zullen binnenvaren
  5. zullen binnenvaren
  6. zullen binnenvaren
o.v.t.t.
  1. zou binnenvaren
  2. zou binnenvaren
  3. zou binnenvaren
  4. zouden binnenvaren
  5. zouden binnenvaren
  6. zouden binnenvaren
diversen
  1. vaar binnen!
  2. vaart binnen!
  3. binnengevaren
  4. binnenvarend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze

Translation Matrix for binnenvaren:

VerbRelated TranslationsOther Translations
einfahren binnenvaren; invaren betreden; binnengaan; binnenkomen; binnenlopen; binnenrijden; binnenstappen; binnentreden; ingaan; inrijden; oprijden; opwaarts rijden
hereinfahren binnenvaren; invaren binnenrijden; binnenzetten; inrijden
hineinfahren binnenvaren; invaren binnenrijden; inrijden

Related Translations for binnenvaren