Summary
Dutch to German:   more detail...
  1. binnenzetten:


Dutch

Detailed Translations for binnenzetten from Dutch to German

binnenzetten:

binnenzetten verbe (zet binnen, zette binnen, zetten binnen, binnengezet)

  1. binnenzetten
    hereinfahren
    • hereinfahren verbe (fahre herein, fährst herein, fährt herein, fuhr herein, fuhrt herein, hereingefahren)

Conjugations for binnenzetten:

o.t.t.
  1. zet binnen
  2. zet binnen
  3. zet binnen
  4. zetten binnen
  5. zetten binnen
  6. zetten binnen
o.v.t.
  1. zette binnen
  2. zette binnen
  3. zette binnen
  4. zetten binnen
  5. zetten binnen
  6. zetten binnen
v.t.t.
  1. heb binnengezet
  2. hebt binnengezet
  3. heeft binnengezet
  4. hebben binnengezet
  5. hebben binnengezet
  6. hebben binnengezet
v.v.t.
  1. had binnengezet
  2. had binnengezet
  3. had binnengezet
  4. hadden binnengezet
  5. hadden binnengezet
  6. hadden binnengezet
o.t.t.t.
  1. zal binnenzetten
  2. zult binnenzetten
  3. zal binnenzetten
  4. zullen binnenzetten
  5. zullen binnenzetten
  6. zullen binnenzetten
o.v.t.t.
  1. zou binnenzetten
  2. zou binnenzetten
  3. zou binnenzetten
  4. zouden binnenzetten
  5. zouden binnenzetten
  6. zouden binnenzetten
en verder
  1. ben binnengezet
  2. bent binnengezet
  3. is binnengezet
  4. zijn binnengezet
  5. zijn binnengezet
  6. zijn binnengezet
diversen
  1. zet binnen!
  2. zett binnen!
  3. binnengezet
  4. binnenzettend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze

Translation Matrix for binnenzetten:

VerbRelated TranslationsOther Translations
hereinfahren binnenzetten binnenrijden; binnenvaren; inrijden; invaren