Summary
Dutch to English:   more detail...
  1. snugger:
  2. Wiktionary:


Dutch

Detailed Translations for snuggerheid from Dutch to English

snugger:

snugger adj

  1. snugger (slim; clever; schrander; )
    clever; intelligent; wise; ingenious; sagacious; astute; smart; skilful; sly; wily; crafty; shrewd; skillful
    bright
    – characterized by quickness and ease in learning 1
    • bright adj
      • some children are brighter in one subject than another1
  2. snugger

Translation Matrix for snugger:

AdjectiveRelated TranslationsOther Translations
astute clever; kien; pienter; schrander; slim; snugger; uitgeslapen adrem; bijdehand; gevat; raak; scherpzinnig; snedig; spitsvondig; uitgekiend
clever clever; kien; pienter; schrander; slim; snugger; uitgeslapen adrem; bedachtzaam; bijdehand; briljant; correct; doordacht; gehaaid; geleerd; geniaal; gevat; gewiekst; gis; ingenieus; intelligent; knap; kundig; kunstig; nadenkend; pienter; raadzaam; raak; rap; scherpzinnig; schrander; slim; snedig; snel; spitsvondig; uitgekiend; uitgeslapen; vaardig; vernuftig; verstandig; vindingrijk; vlot; vlug; weldenkend; wijs; wijselijk; zinnig
ingenious clever; kien; pienter; schrander; slim; snugger; uitgeslapen briljant; geniaal; ingenieus; inventief; knap; kundig; kunstig; vaardig; vernuftig; vindingrijk
intelligent clever; kien; pienter; schrander; slim; snugger; uitgeslapen bedachtzaam; correct; doordacht; geleerd; intelligent; nadenkend; pienter; raadzaam; schrander; slim; verstandig; weldenkend; wijs; wijselijk; zinnig
sagacious clever; kien; pienter; schrander; slim; snugger; uitgeslapen
shrewd clever; kien; pienter; schrander; slim; snugger; uitgeslapen achterbaks; berekenend; bij de pinken; clever; doortrapt; gehaaid; gemeen; geniepig; geraffineerd; geslepen; gewiekst; gluiperig; goochem; kien; leep; listig; scherpzinnig; schrander; slim; slinks; sluw; snood; spitsvondig; stiekem; uitgekiend; uitgekookt; uitgeslapen
skilful clever; kien; pienter; schrander; slim; snugger; uitgeslapen bedreven; behendig; bekwaam; briljant; geoefend; handig; ingenieus; knap; kundig; kunstig; magistraal; meesterlijk; rap; snel; vaardig; vindingrijk; vlot; vlug
skillful clever; kien; pienter; schrander; slim; snugger; uitgeslapen bedreven; behendig; bekwaam; briljant; geoefend; handig; ingenieus; knap; kundig; kunstig; magistraal; meesterlijk; rap; snel; vaardig; vindingrijk; vlot; vlug
smart clever; kien; pienter; schrander; slim; snugger; uitgeslapen adrem; alert; bedachtzaam; bij de pinken; bijdehand; chic; clever; correct; doordacht; elegant; esthetisch; gehaaid; geleerd; gelikt; gevat; gewiekst; gis; goochem; intelligent; kien; kittig; knap; leuk om te zien; modieuze verfijning; nadenkend; oplettend; picobello; piekfijn; pienter; raadzaam; raak; scherpzinnig; schrander; slim; smaakvol; snedig; spitsvondig; stijlvol; tiptop; uitgekiend; uitgeslapen; verfijnd; verstandig; wakker; weldenkend; wijs; wijselijk; zinnig
wise clever; kien; pienter; schrander; slim; snugger; uitgeslapen bedachtzaam; belezen; correct; doordacht; erudiet; geletterd; gestudeerd; gis; hooggeleerd; intelligent; nadenkend; ontwikkeld; pienter; raadzaam; schrander; slim; verstandig; weldenkend; wijs; wijselijk; zeer geleerd; zeer ontwikkeld; zinnig
ModifierRelated TranslationsOther Translations
bright clever; kien; pienter; schrander; slim; snugger; uitgeslapen aanschouwelijk; adrem; bedachtzaam; bijdehand; blij; blijgeestig; blijmoedig; blinkend; bloeiend; correct; dartel; doordacht; duidelijk; fideel; flagrant; fleurig; flitsend; geestig; gevat; glimmend; hip; intelligent; jolig; kleurig; kleurrijk; knap; kwiek; leuk om te zien; levendig; lustig; modieus; monter; nadenkend; opgeruimd; opgetogen; opgewekt; overduidelijk; pienter; raadzaam; raak; schrander; snedig; snel; spiritueus; trendy; uitgelaten; verstandig; vlot; vrolijk; wakker; weldenkend; welgemoed; wijs; wijselijk; zinnig; zo klaar als een klontje; zonneklaar; zonnig
crafty clever; kien; pienter; schrander; slim; snugger; uitgeslapen scherpzinnig; spitsvondig; uitgekiend
sharp snugger achterbaks; adrem; bijdehand; bitter; doortrapt; gehaaid; gemeen; geniepig; geraffineerd; geslepen; gevat; gewiekst; giftig; gluiperig; intelligent; kien; kwaad; leep; listig; messcherp; nijdig; op afgebeten toon; pienter; puntig; raak; scherp; scherp gepunt; scherpgerand; schrander; schril; slim; slinks; sluw; snedig; snijdend; snood; spits; spitsig; spitsvormig; stiekem; toegespitst; uitgekookt; uitgeslapen; vlijmend; vlijmscherp; woedend; zeer boos
sly clever; kien; pienter; schrander; slim; snugger; uitgeslapen achterbaks; arglistig; berekenend; bij de pinken; clever; doortrapt; gehaaid; gemeen; geniepig; geraffineerd; geslepen; gewiekst; gluiperig; goochem; kien; leep; link; listig; loos; pesterig; scherpzinnig; schrander; slim; slinks; sluw; snood; spitsvondig; stiekem; uitgekiend; uitgekookt; uitgeslapen; vrij; zonder taak
wily clever; kien; pienter; schrander; slim; snugger; uitgeslapen adrem; bij de pinken; bijdehand; clever; gevat; goochem; kien; raak; scherpzinnig; schrander; slim; snedig; spitsvondig; uitgekiend; uitgeslapen

Related Words for "snugger":

  • snuggerheid, snuggere


Wiktionary Translations for snuggerheid:


Cross Translation:
FromToVia
snuggerheid intelligence; smarts; collusion; aptitude intelligencefaculté de comprendre, de ne pas se méprendre sur le sens des mots, la nature des choses et la signification des faits.