Summary
Dutch to English:   more detail...
  1. acquireren:
  2. Wiktionary:


Dutch

Detailed Translations for acquireren from Dutch to English

acquireren:

acquireren verbe

  1. acquireren (verkrijgen; aanschaffen)
    to acquire; to obtain
    • acquire verbe (acquires, acquired, acquiring)
    • obtain verbe (obtains, obtained, obtaining)

Translation Matrix for acquireren:

VerbRelated TranslationsOther Translations
acquire aanschaffen; acquireren; verkrijgen aankopen; aanleren; aanschaffen; bemachtigen; eigen maken; kopen; leren; oppikken; opsteken; verkrijgen; verwerven
obtain aanschaffen; acquireren; verkrijgen aankopen; aanschaffen; bemachtigen; binnenbrengen; binnenhalen; iets bemachtigen; inwinnen; kopen; te pakken krijgen; trachten te krijgen; verkrijgen; verwerven

Wiktionary Translations for acquireren:

acquireren
verb
  1. (overgankelijk) verwerven, verkrijgen