Summary
Dutch to English:   more detail...
  1. handboeien omdoen:
  2. Wiktionary:


Dutch

Detailed Translations for handboeien omdoen from Dutch to English

handboeien omdoen:

handboeien omdoen verbe (doe handboeien om, doet handboeien om, deed handboeien om, deden handboeien om, handboeien omgedaan)

  1. handboeien omdoen (ketenen; in de boeien slaan)
    to shackle; to fetter; to handcuff; to clamp
    • shackle verbe (shackles, shackled, shackling)
    • fetter verbe (fetters, fettered, fettering)
    • handcuff verbe (handcuffs, handcuffed, handcuffing)
    • clamp verbe (clamps, clamped, clamping)

Conjugations for handboeien omdoen:

o.t.t.
  1. doe handboeien om
  2. doet handboeien om
  3. doet handboeien om
  4. doen handboeien om
  5. doen handboeien om
  6. doen handboeien om
o.v.t.
  1. deed handboeien om
  2. deed handboeien om
  3. deed handboeien om
  4. deden handboeien om
  5. deden handboeien om
  6. deden handboeien om
v.t.t.
  1. heb handboeien omgedaan
  2. hebt handboeien omgedaan
  3. heeft handboeien omgedaan
  4. hebben handboeien omgedaan
  5. hebben handboeien omgedaan
  6. hebben handboeien omgedaan
v.v.t.
  1. had handboeien omgedaan
  2. had handboeien omgedaan
  3. had handboeien omgedaan
  4. hadden handboeien omgedaan
  5. hadden handboeien omgedaan
  6. hadden handboeien omgedaan
o.t.t.t.
  1. zal handboeien omdoen
  2. zult handboeien omdoen
  3. zal handboeien omdoen
  4. zullen handboeien omdoen
  5. zullen handboeien omdoen
  6. zullen handboeien omdoen
o.v.t.t.
  1. zou handboeien omdoen
  2. zou handboeien omdoen
  3. zou handboeien omdoen
  4. zouden handboeien omdoen
  5. zouden handboeien omdoen
  6. zouden handboeien omdoen
en verder
  1. is handboeien omgedaan
  2. zijn handboeien omgedaan
diversen
  1. doe handboeien om!
  2. doet handboeien om!
  3. handboeien omgedaan
  4. handboeien omdoend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze

Translation Matrix for handboeien omdoen:

NounRelated TranslationsOther Translations
clamp klamp; klem; klemhaak; koeklauw; kram; lijmtang
fetter aaneengeschakelde ringen om iemand mee vast te binden; boei; boeien; handboeien; handijzers; keten; ketting; kluister
shackle aaneengeschakelde ringen om iemand mee vast te binden; boei; keten; ketting; kluister; voetboei
VerbRelated TranslationsOther Translations
clamp handboeien omdoen; in de boeien slaan; ketenen aanklampen; beetgrijpen; beetpakken; grijpen; knellen; krammen; met een kram vastmaken; vasthouden; vastklampen; vastklemmen; vastknellen; vastpakken
fetter handboeien omdoen; in de boeien slaan; ketenen vastketenen; vastkluisteren; vastleggen
handcuff handboeien omdoen; in de boeien slaan; ketenen
shackle handboeien omdoen; in de boeien slaan; ketenen binden; boeien; ketenen; kluisteren

Wiktionary Translations for handboeien omdoen:

handboeien omdoen
verb
  1. to apply handcuffs

External Machine Translations:

Related Translations for handboeien omdoen