Dutch

Detailed Translations for montage from Dutch to English

montage:

montage [de ~ (v)] nom

  1. de montage (samenstelling; assemblage; assembleren; samenvoeging)
    the assembly; the montage; the composition; the arrangement
  2. de montage (filmmontage)
    the mounting; the film editing; the assembling; the montage

Translation Matrix for montage:

NounRelated TranslationsOther Translations
arrangement assemblage; assembleren; montage; samenstelling; samenvoeging arrangement; indeling; instrumentatie; opstelling; ordenen; ordening; orkestratie; plaatsing; rangschikking; regeling; schikken; schikking
assembling filmmontage; montage accumulatie; bende; groep; hoop; samenscholing; troep
assembly assemblage; assembleren; montage; samenstelling; samenvoeging assemblee; assembly; bijeenkomst; manifestatie; samenkomst; samenzijn; vergadering; zitting
composition assemblage; assembleren; montage; samenstelling; samenvoeging akkoordprocedure; architectuur; betekenis; bijeenlegging; bouw; bouwkunst; combinatie; constructie; inhoud; onderdelen; opbouw; opbouwen; opstel; samengesteld geheel; samenstelling; samenstelling taalkunde; samenvoeging; scriptie; structuur; verslag
film editing filmmontage; montage
montage assemblage; assembleren; filmmontage; montage; samenstelling; samenvoeging montering
mounting filmmontage; montage kader; lijst; montering; omlijsting; raam; rand; scheepsaffuit; zetsels; zetten; zetwerk
ModifierRelated TranslationsOther Translations
mounting klimmend; omhooggaand; oplopend; oprijzend; rijzend; stijgend; toenemend; verheffend

Related Words for "montage":


Wiktionary Translations for montage:

montage
noun
  1. het monteren
montage
noun
  1. a literary, musical or other heterogenous artcomposition
  2. a composition of pictures

Cross Translation:
FromToVia
montage montage; composing; erecting; fitting up; mounting; assembly; set-up montage — Assemblage des pièces d’un ouvrage (2)
montage montage montage — Action d'assembler plusieurs plans, issus du tournage (3)