Summary
Dutch to English:   more detail...
  1. munt uitslaan:


Dutch

Detailed Translations for munt uitslaan from Dutch to English

munt uitslaan:

munt uitslaan verbe (sla munt uit, slaat munt uit, sloeg munt uit, sloegen munt uit, munt geslagen uit)

  1. munt uitslaan
    to exploit
    • exploit verbe (exploits, exploited, exploiting)

Conjugations for munt uitslaan:

o.t.t.
  1. sla munt uit
  2. slaat munt uit
  3. slaat munt uit
  4. slaan munt uit
  5. slaan munt uit
  6. slaan munt uit
o.v.t.
  1. sloeg munt uit
  2. sloeg munt uit
  3. sloeg munt uit
  4. sloegen munt uit
  5. sloegen munt uit
  6. sloegen munt uit
v.t.t.
  1. heb munt geslagen uit
  2. hebt munt geslagen uit
  3. heeft munt geslagen uit
  4. hebben munt geslagen uit
  5. hebben munt geslagen uit
  6. hebben munt geslagen uit
v.v.t.
  1. had munt geslagen uit
  2. had munt geslagen uit
  3. had munt geslagen uit
  4. hadden munt geslagen uit
  5. hadden munt geslagen uit
  6. hadden munt geslagen uit
o.t.t.t.
  1. zal munt uitslaan
  2. zult munt uitslaan
  3. zal munt uitslaan
  4. zullen munt uitslaan
  5. zullen munt uitslaan
  6. zullen munt uitslaan
o.v.t.t.
  1. zou munt uitslaan
  2. zou munt uitslaan
  3. zou munt uitslaan
  4. zouden munt uitslaan
  5. zouden munt uitslaan
  6. zouden munt uitslaan
diversen
  1. sla munt uit!
  2. slaat munt uit!
  3. munt geslagen uit
  4. munt slaand uit
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze

Translation Matrix for munt uitslaan:

NounRelated TranslationsOther Translations
exploit aanval; heldendaad; heroïsche verrichting; moedige daad
VerbRelated TranslationsOther Translations
exploit munt uitslaan beroven; exploiteren; ontdoen; profiteren; uitbuiten; voordeel trekken

Related Translations for munt uitslaan