Summary
Dutch to English:   more detail...
  1. onkosten:


Dutch

Detailed Translations for onkosten from Dutch to English

onkosten:

onkosten [de ~] nom, pluriel

  1. de onkosten (kosten; uitgaven; kost; uitgaaf)
    the expenses; the cost
  2. de onkosten
    the expense
    – A cost incurred by a business in an attempt to obtain revenue. 1

Translation Matrix for onkosten:

NounRelated TranslationsOther Translations
cost kost; kosten; onkosten; uitgaaf; uitgaven kosten
expense onkosten besteding; gelduitgave; offer; opoffering; uitgaaf; uitgave
expenses kost; kosten; onkosten; uitgaaf; uitgaven kostenpost