Summary
Dutch to English:   more detail...
  1. verdrukken:
  2. Wiktionary:


Dutch

Detailed Translations for verdrukken from Dutch to English

verdrukken:

verdrukken verbe (verdruk, verdrukt, verdrukte, verdrukten, verdrukt)

  1. verdrukken
    to oppress
    • oppress verbe (oppresses, oppressed, oppressing)

Conjugations for verdrukken:

o.t.t.
  1. verdruk
  2. verdrukt
  3. verdrukt
  4. verdrukken
  5. verdrukken
  6. verdrukken
o.v.t.
  1. verdrukte
  2. verdrukte
  3. verdrukte
  4. verdrukten
  5. verdrukten
  6. verdrukten
v.t.t.
  1. heb verdrukt
  2. hebt verdrukt
  3. heeft verdrukt
  4. hebben verdrukt
  5. hebben verdrukt
  6. hebben verdrukt
v.v.t.
  1. had verdrukt
  2. had verdrukt
  3. had verdrukt
  4. hadden verdrukt
  5. hadden verdrukt
  6. hadden verdrukt
o.t.t.t.
  1. zal verdrukken
  2. zult verdrukken
  3. zal verdrukken
  4. zullen verdrukken
  5. zullen verdrukken
  6. zullen verdrukken
o.v.t.t.
  1. zou verdrukken
  2. zou verdrukken
  3. zou verdrukken
  4. zouden verdrukken
  5. zouden verdrukken
  6. zouden verdrukken
diversen
  1. verdruk!
  2. verdrukt!
  3. verdrukt
  4. verdrukkend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze

Translation Matrix for verdrukken:

VerbRelated TranslationsOther Translations
oppress verdrukken beangstigen; beklemmen; benauwen; knellen; vasthouden; vastklemmen; vastknellen

Wiktionary Translations for verdrukken:

verdrukken
verb
  1. to oppress or burden grievously