Summary
Dutch to English:   more detail...
  1. verlustigen:
  2. Wiktionary:


Dutch

Detailed Translations for verlustigen from Dutch to English

verlustigen:

verlustigen verbe (verlustig, verlustigt, verlustigde, verlustigden, verlustigd)

  1. verlustigen
    to divert; to entertain; to amuse
    • divert verbe (diverts, diverted, diverting)
    • entertain verbe (entertains, entertained, entertaining)
    • amuse verbe (amuses, amused, amusing)

Conjugations for verlustigen:

o.t.t.
  1. verlustig
  2. verlustigt
  3. verlustigt
  4. verlustigen
  5. verlustigen
  6. verlustigen
o.v.t.
  1. verlustigde
  2. verlustigde
  3. verlustigde
  4. verlustigden
  5. verlustigden
  6. verlustigden
v.t.t.
  1. heb verlustigd
  2. hebt verlustigd
  3. heeft verlustigd
  4. hebben verlustigd
  5. hebben verlustigd
  6. hebben verlustigd
v.v.t.
  1. had verlustigd
  2. had verlustigd
  3. had verlustigd
  4. hadden verlustigd
  5. hadden verlustigd
  6. hadden verlustigd
o.t.t.t.
  1. zal verlustigen
  2. zult verlustigen
  3. zal verlustigen
  4. zullen verlustigen
  5. zullen verlustigen
  6. zullen verlustigen
o.v.t.t.
  1. zou verlustigen
  2. zou verlustigen
  3. zou verlustigen
  4. zouden verlustigen
  5. zouden verlustigen
  6. zouden verlustigen
diversen
  1. verlustig!
  2. verlustigt!
  3. verlustigd
  4. verlustigend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze

Translation Matrix for verlustigen:

VerbRelated TranslationsOther Translations
amuse verlustigen bezig houden; iemand amuseren; vermaken
divert verlustigen afkeren; afwenden; bezig houden; concluderen; iemand amuseren; iets afleiden uit; omleggen; omleiden; vermaken
entertain verlustigen binnenhalen; onthalen; ontvangen; vergasten

Wiktionary Translations for verlustigen:

verlustigen
verb
  1. to exhibit a conspicuous sense of self-satisfaction