Summary
Dutch to English:   more detail...
  1. vervilten:


Dutch

Detailed Translations for vervilten from Dutch to English

vervilten:

vervilten verbe (vervilt, verviltte, verviltten, vervilt)

  1. vervilten (tot vilt worden)
    felt; to become felt

Conjugations for vervilten:

o.t.t.
  1. vervilt
  2. vervilt
  3. vervilt
  4. vervilten
  5. vervilten
  6. vervilten
o.v.t.
  1. verviltte
  2. verviltte
  3. verviltte
  4. verviltten
  5. verviltten
  6. verviltten
v.t.t.
  1. heb vervilt
  2. hebt vervilt
  3. heeft vervilt
  4. hebben vervilt
  5. hebben vervilt
  6. hebben vervilt
v.v.t.
  1. had vervilt
  2. had vervilt
  3. had vervilt
  4. hadden vervilt
  5. hadden vervilt
  6. hadden vervilt
o.t.t.t.
  1. zal vervilten
  2. zult vervilten
  3. zal vervilten
  4. zullen vervilten
  5. zullen vervilten
  6. zullen vervilten
o.v.t.t.
  1. zou vervilten
  2. zou vervilten
  3. zou vervilten
  4. zouden vervilten
  5. zouden vervilten
  6. zouden vervilten
diversen
  1. vervilt!
  2. vervilt!
  3. vervilt
  4. verviltend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze

Translation Matrix for vervilten:

NounRelated TranslationsOther Translations
felt vilt
VerbRelated TranslationsOther Translations
become felt tot vilt worden; vervilten
felt tot vilt worden; vervilten met vilt bekleden