Summary
Dutch to English:   more detail...
  1. wijder maken:


Dutch

Detailed Translations for wijder maken from Dutch to English

wijder maken:

wijder maken verbe

  1. wijder maken (verwijden)
    to broaden; to spread; to widen
    • broaden verbe (broadens, broadened, broadening)
    • spread verbe (spreads, spread, spreading)
    • widen verbe (widens, widened, widening)

Translation Matrix for wijder maken:

NounRelated TranslationsOther Translations
spread banket; beleg; broodbeleg; feestdiner; feestmaal; smulpartij; spreiding
widen het groter worden; uitzetten; vergroting; wijd worden
VerbRelated TranslationsOther Translations
broaden verwijden; wijder maken breder maken; verbreden
spread verwijden; wijder maken een boodschap uitdragen; klaar leggen; rondstrooien; spreiden; uitdragen; uitspreiden; uitwrijven; uitzaaien; uitzenden; verbreiden; verbreider; verdeler; verkondigen; verspreiden; verstrooien; voortwoekeren; zich verder verspreiden
widen verwijden; wijder maken expanderen; openen; uitbouwen; uitbreiden; uitdijen; verbreiden; vermeerderen; verruimen; verwijden
AdjectiveRelated TranslationsOther Translations
spread gespreid

Related Translations for wijder maken