Summary
Dutch to English:   more detail...
  1. zich voordoen:
  2. Wiktionary:


Dutch

Detailed Translations for zich voordoen from Dutch to English

zich voordoen:

zich voordoen verbe

  1. zich voordoen (gebeuren; voorkomen; plaats hebben)
    to occur; to take place; to happen; to pass
    • occur verbe (occurs, occured, occuring)
    • take place verbe (takes place, took place, taking place)
    • happen verbe (happens, happened, happening)
    • pass verbe (passes, passed, passing)
  2. zich voordoen (in aantocht zijn; zich aandienen)
    to announce
    • announce verbe (announces, announced, announcing)

Translation Matrix for zich voordoen:

NounRelated TranslationsOther Translations
pass bergpas; entreebiljet; kaart; kaartje; pas; pasje; paspoort; plaatsbewijs; ticket; toegangsbewijs
VerbRelated TranslationsOther Translations
announce in aantocht zijn; zich aandienen; zich voordoen aandienen; aankondigen; aanschrijven; aanzeggen; adverteren; afkondigen; annonceren; bekendmaken; berichten; iets aankondigen; informeren; kennis geven; konde doen; meedelen; melden; mening kenbaar maken; per advertentie aankondigen; proclameren; rapporteren; verkondigen; verslag uitbrengen
happen gebeuren; plaats hebben; voorkomen; zich voordoen gebeuren; geschieden; plaats hebben; plaats vinden; toegaan
occur gebeuren; plaats hebben; voorkomen; zich voordoen gebeuren; geschieden; ontspinnen; opdagen; opduiken; opkomen; passeren; plaats hebben; plaats vinden; plaatsvinden; verschijnen; voordoen; voorvallen
pass gebeuren; plaats hebben; voorkomen; zich voordoen aanbieden; aangeven; aankomen; aanreiken; afgeven; aflopen; besteden; bezoeken; doorbrengen; gaan; geven; iemand opzoeken; inhalen; langsgaan; langskomen; op visite gaan; overgeven; overhandigen; passeren; reiken; slagen voor; slijten; toesteken; vergaan; verlopen; verstrijken; vervallen; voorbijgaan; voorbijkomen; voorbijrijden; zich begeven
take place gebeuren; plaats hebben; voorkomen; zich voordoen gebeuren; geschieden; plaats hebben; plaats vinden

Wiktionary Translations for zich voordoen:

zich voordoen
adjective
  1. becoming prominent; newly formed; emergent; rising

Cross Translation:
FromToVia
zich voordoen emerge; appear; feature; happen survenirarriver inopinément ; venir tout à coup.

External Machine Translations:

Related Translations for zich voordoen