Dutch

Detailed Translations for gniffelen from Dutch to Spanish

gniffelen:

Conjugations for gniffelen:

o.t.t.
  1. gniffel
  2. gniffelt
  3. gniffelt
  4. gniffelen
  5. gniffelen
  6. gniffelen
o.v.t.
  1. gniffelde
  2. gniffelde
  3. gniffelde
  4. gniffelden
  5. gniffelden
  6. gniffelden
v.t.t.
  1. heb gegniffeld
  2. hebt gegniffeld
  3. heeft gegniffeld
  4. hebben gegniffeld
  5. hebben gegniffeld
  6. hebben gegniffeld
v.v.t.
  1. had gegniffeld
  2. had gegniffeld
  3. had gegniffeld
  4. hadden gegniffeld
  5. hadden gegniffeld
  6. hadden gegniffeld
o.t.t.t.
  1. zal gniffelen
  2. zult gniffelen
  3. zal gniffelen
  4. zullen gniffelen
  5. zullen gniffelen
  6. zullen gniffelen
o.v.t.t.
  1. zou gniffelen
  2. zou gniffelen
  3. zou gniffelen
  4. zouden gniffelen
  5. zouden gniffelen
  6. zouden gniffelen
diversen
  1. gniffel!
  2. gniffelt!
  3. gegniffeld
  4. gniffelend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze

Translation Matrix for gniffelen:

VerbRelated TranslationsOther Translations
reír burlonamente ginnegappen; gniffelen; grinniken fijntjes lachen; gnuiven; heimelijk lachen; meesmuilen; spottend glimlachen
reírse disimuladamente ginnegappen; gniffelen; grinniken fijntjes lachen; gnuiven; heimelijk lachen
reírse entre dientes ginnegappen; gniffelen; grinniken glimlachen; grijnzen; grinniken; heimelijk lachen; proesten
reírse para sus adentros ginnegappen; gniffelen; grinniken fijntjes lachen; gnuiven; grinniken; heimelijk lachen; proesten
reírse por lo bajo ginnegappen; gniffelen; grinniken fijntjes lachen; glimlachen; gnuiven; grijnzen; grinniken; heimelijk lachen; proesten
sonreír maliciosamente ginnegappen; gniffelen; grinniken fijntjes lachen; gnuiven; heimelijk lachen