Summary
Dutch to Spanish:   more detail...
  1. vermurwen:
  2. Wiktionary:


Dutch

Detailed Translations for vermurwen from Dutch to Spanish

vermurwen:

vermurwen verbe (vermurw, vermurwt, vermurwde, vermurwden, vermurwd)

  1. vermurwen

Conjugations for vermurwen:

o.t.t.
  1. vermurw
  2. vermurwt
  3. vermurwt
  4. vermurwen
  5. vermurwen
  6. vermurwen
o.v.t.
  1. vermurwde
  2. vermurwde
  3. vermurwde
  4. vermurwden
  5. vermurwden
  6. vermurwden
v.t.t.
  1. heb vermurwd
  2. hebt vermurwd
  3. heeft vermurwd
  4. hebben vermurwd
  5. hebben vermurwd
  6. hebben vermurwd
v.v.t.
  1. had vermurwd
  2. had vermurwd
  3. had vermurwd
  4. hadden vermurwd
  5. hadden vermurwd
  6. hadden vermurwd
o.t.t.t.
  1. zal vermurwen
  2. zult vermurwen
  3. zal vermurwen
  4. zullen vermurwen
  5. zullen vermurwen
  6. zullen vermurwen
o.v.t.t.
  1. zou vermurwen
  2. zou vermurwen
  3. zou vermurwen
  4. zouden vermurwen
  5. zouden vermurwen
  6. zouden vermurwen
diversen
  1. vermurw!
  2. vermurwt!
  3. vermurwd
  4. vermurwend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze

Translation Matrix for vermurwen:

VerbRelated TranslationsOther Translations
ablandar vermurwen in de week zetten; lenigen; ontharden; verlichten; vervriendelijken; verweken; verzachten; week maken; week worden; weken; zachtmaken
enternecer vermurwen vertederen; verweken; week worden
suavizar vermurwen lenigen; ontharden; verlichten; vervriendelijken; verweken; verzachten; zachtmaken

Wiktionary Translations for vermurwen:


Cross Translation:
FromToVia
vermurwen apiadar apitoyertoucher de pitié.
vermurwen aliviar; paliar; atenuar; mitigar soulagerdélivrer, débarrasser d’une partie de quelque fardeau.