Summary
Dutch to French:   more detail...
  1. geblaat:
  2. blaten:
  3. Wiktionary:


Dutch

Detailed Translations for geblaat from Dutch to French

geblaat:


blaten:

blaten verbe (blaat, blaatte, blaatten, geblaat)

  1. blaten (mekkeren)
    bêler
    • bêler verbe (bêle, bêles, bêlons, bêlez, )

Conjugations for blaten:

o.t.t.
  1. blaat
  2. blaat
  3. blaat
  4. blaten
  5. blaten
  6. blaten
o.v.t.
  1. blaatte
  2. blaatte
  3. blaatte
  4. blaatten
  5. blaatten
  6. blaatten
v.t.t.
  1. heb geblaat
  2. hebt geblaat
  3. heeft geblaat
  4. hebben geblaat
  5. hebben geblaat
  6. hebben geblaat
v.v.t.
  1. had geblaat
  2. had geblaat
  3. had geblaat
  4. hadden geblaat
  5. hadden geblaat
  6. hadden geblaat
o.t.t.t.
  1. zal blaten
  2. zult blaten
  3. zal blaten
  4. zullen blaten
  5. zullen blaten
  6. zullen blaten
o.v.t.t.
  1. zou blaten
  2. zou blaten
  3. zou blaten
  4. zouden blaten
  5. zouden blaten
  6. zouden blaten
diversen
  1. blaat!
  2. blaat!
  3. geblaat
  4. blatend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze

Translation Matrix for blaten:

VerbRelated TranslationsOther Translations
bêler blaten; mekkeren blèren; brullen; het uitgillen; janken; snikken; uitroepen; uitschreeuwen

Wiktionary Translations for blaten:

blaten
verb
  1. het geluid van een schaap maken
blaten
Cross Translation:
FromToVia
blaten bêler baa — to make the cry of sheep
blaten bêler; bégueter; chevroter bleat — to make the cry of a sheep or goat