Summary
Dutch to French:   more detail...
  1. ontveinzen:
  2. Wiktionary:


Dutch

Detailed Translations for ontveinzen from Dutch to French

ontveinzen:

ontveinzen verbe (ontveins, ontveinst, ontveinsde, ontveinsden, ontveinsd)

  1. ontveinzen
    dissimuler
    • dissimuler verbe (dissimule, dissimules, dissimulons, dissimulez, )

Conjugations for ontveinzen:

o.t.t.
  1. ontveins
  2. ontveinst
  3. ontveinst
  4. ontveizen
  5. ontveinzen
  6. ontveinzen
o.v.t.
  1. ontveinsde
  2. ontveinsde
  3. ontveinsde
  4. ontveinsden
  5. ontveinsden
  6. ontveinsden
v.t.t.
  1. heb ontveinsd
  2. hebt ontveinsd
  3. heeft ontveinsd
  4. hebben ontveinsd
  5. hebben ontveinsd
  6. hebben ontveinsd
v.v.t.
  1. had ontveinsd
  2. had ontveinsd
  3. had ontveinsd
  4. hadden ontveinsd
  5. hadden ontveinsd
  6. hadden ontveinsd
o.t.t.t.
  1. zal ontveinzen
  2. zult ontveinzen
  3. zal ontveinzen
  4. zullen ontveinzen
  5. zullen ontveinzen
  6. zullen ontveinzen
o.v.t.t.
  1. zou ontveinzen
  2. zou ontveinzen
  3. zou ontveinzen
  4. zouden ontveinzen
  5. zouden ontveinzen
  6. zouden ontveinzen
diversen
  1. ontveins!
  2. ontveinst!
  3. ontveinsd
  4. ontveinzend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze

Translation Matrix for ontveinzen:

VerbRelated TranslationsOther Translations
dissimuler ontveinzen achterhouden; bedekken; bemantelen; beveiligen; hullen; inhullen; maskeren; omhullen; van alarm voorzien; verbergen; verbloemen; verduisteren; verheimelijken; verhelen; verhullen; versluieren; verstoppen; verzwijgen; wegstoppen

Wiktionary Translations for ontveinzen:

ontveinzen
verb
  1. mettre (une personne ou une chose) en un lieu où on ne peut pas la voir, la découvrir.