Summary
Dutch to French:   more detail...
  1. overwaaien:


Dutch

Detailed Translations for overwaaien from Dutch to French

overwaaien:

overwaaien verbe

  1. overwaaien (voorbijtrekken)
    être apporté par le vent; arriver
    • arriver verbe (arrive, arrives, arrivons, arrivez, )

Translation Matrix for overwaaien:

NounRelated TranslationsOther Translations
arriver plaatsvinden
VerbRelated TranslationsOther Translations
arriver overwaaien; voorbijtrekken aankomen; aflopen; arriveren; bedingen; bekruipen; belanden; bewerkstelligen; eindigen; finishen; fixen; gebeuren; geraken; geschieden; het gevoel krijgen; in aantocht zijn; klaarspelen; lappen; opdagen; opduiken; opkomen; overkomen; overmannen; overmeesteren; overweldigen; passeren; plaats hebben; plaats vinden; plaatsvinden; snel komen; terechtkomen; vergaan; verlopen; verschijnen; verstrijken; vervallen; verzeilen; voor elkaar krijgen; voorbijgaan; voordoen; voorvallen; zich aandienen; zich meester maken van; zich voordoen
être apporté par le vent overwaaien; voorbijtrekken