Summary


Dutch

Detailed Translations for proesten from Dutch to French

proesten:

proesten verbe (proest, proestte, proestten, geproest)

  1. proesten (grinniken)
    ricaner; rire en sourdine; sourire; faire des grimaces
    • ricaner verbe (ricane, ricanes, ricanons, ricanez, )
    • sourire verbe (souris, sourit, sourions, souriez, )
  2. proesten (niezen)

Conjugations for proesten:

o.t.t.
  1. proest
  2. proest
  3. proest
  4. proesten
  5. proesten
  6. proesten
o.v.t.
  1. proestte
  2. proestte
  3. proestte
  4. proestten
  5. proestten
  6. proestten
v.t.t.
  1. heb geproest
  2. hebt geproest
  3. heeft geproest
  4. hebben geproest
  5. hebben geproest
  6. hebben geproest
v.v.t.
  1. had geproest
  2. had geproest
  3. had geproest
  4. hadden geproest
  5. hadden geproest
  6. hadden geproest
o.t.t.t.
  1. zal proesten
  2. zult proesten
  3. zal proesten
  4. zullen proesten
  5. zullen proesten
  6. zullen proesten
o.v.t.t.
  1. zou proesten
  2. zou proesten
  3. zou proesten
  4. zouden proesten
  5. zouden proesten
  6. zouden proesten
diversen
  1. proest!
  2. proest!
  3. geproest
  4. proestend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze

Translation Matrix for proesten:

NounRelated TranslationsOther Translations
sourire glimlach; glimlachje; lachje; toegrijnzen
VerbRelated TranslationsOther Translations
faire des grimaces grinniken; proesten bekkentrekken; grimassen maken
ricaner grinniken; proesten giechelen; ginnegappen; gniffelen; gnuiven; grinniken; heimelijk lachen; meesmuilen; spottend glimlachen
rire en sourdine grinniken; proesten ginnegappen; gniffelen; gnuiven; grinniken; heimelijk lachen
sourire grinniken; proesten glimlachen; grijnzen
éternuer niezen; proesten