Dutch

Detailed Translations for zuur worden from Dutch to French

zuur worden:

zuur worden verbe

  1. zuur worden (verzuren; schiften)
    aigrir; acidifier; gâcher; surir; devenir aigre; aciduler; s'aigrir; s'acidifier; rendre aigre
    • aigrir verbe (aigris, aigrit, aigrissons, aigrissez, )
    • acidifier verbe (acidifie, acidifies, acidifions, acidifiez, )
    • gâcher verbe (gâche, gâches, gâchons, gâchez, )
    • surir verbe (suris, surit, surissons, surissez, )
    • aciduler verbe (acidule, acidules, acidulons, acidulez, )
    • s'aigrir verbe
    • s'acidifier verbe
    • rendre aigre verbe

Translation Matrix for zuur worden:

VerbRelated TranslationsOther Translations
acidifier schiften; verzuren; zuur worden aanzuren; doen verzuren; zuur maken; zuurder maken
aciduler schiften; verzuren; zuur worden
aigrir schiften; verzuren; zuur worden bitter worden; doen verzuren; iets vergallen; verbitteren; verbolgen worden; vergrammen; verknoeien; zuur maken
devenir aigre schiften; verzuren; zuur worden
gâcher schiften; verzuren; zuur worden aanklooien; aanrommelen; aanrotzooien; bederven; corrumperen; klooien; klungelen; klunzen; knoeien; ontbinden; prutsen; rotten; rotzooien; scharrelen; stukmaken; stuntelen; verboemelen; verbrassen; verbroddelen; verderven; verdoen; vergaan; vergallen; verklungelen; verknallen; verknoeien; verkopen; verkwanselen; verkwisten; verloederen; verpesten; verprutsen; verrotten; verslonzen; verspillen; verteren; verzieken; wegrotten
rendre aigre schiften; verzuren; zuur worden doen verzuren; zuur maken
s'acidifier schiften; verzuren; zuur worden aanzuren; doen verzuren; zuur maken; zuurder maken
s'aigrir schiften; verzuren; zuur worden doen verzuren; zuur maken
surir schiften; verzuren; zuur worden

Related Translations for zuur worden