Summary
Dutch to Swedish:   more detail...
  1. kneden:
  2. Wiktionary:


Dutch

Detailed Translations for kneden from Dutch to Swedish

kneden:

kneden verbe (kneed, kneedt, kneedde, kneedden, gekneed)

  1. kneden (vormen; vervaardigen; modelleren; maken)
    skapa; forma
    • skapa verbe (skapar, skapade, skapat)
    • forma verbe (formar, formade, format)

Conjugations for kneden:

o.t.t.
  1. kneed
  2. kneedt
  3. kneedt
  4. kneden
  5. kneden
  6. kneden
o.v.t.
  1. kneedde
  2. kneedde
  3. kneedde
  4. kneedden
  5. kneedden
  6. kneedden
v.t.t.
  1. heb gekneed
  2. hebt gekneed
  3. heeft gekneed
  4. hebben gekneed
  5. hebben gekneed
  6. hebben gekneed
v.v.t.
  1. had gekneed
  2. had gekneed
  3. had gekneed
  4. hadden gekneed
  5. hadden gekneed
  6. hadden gekneed
o.t.t.t.
  1. zal kneden
  2. zult kneden
  3. zal kneden
  4. zullen kneden
  5. zullen kneden
  6. zullen kneden
o.v.t.t.
  1. zou kneden
  2. zou kneden
  3. zou kneden
  4. zouden kneden
  5. zouden kneden
  6. zouden kneden
en verder
  1. ben gekneed
  2. bent gekneed
  3. is gekneed
  4. zijn gekneed
  5. zijn gekneed
  6. zijn gekneed
diversen
  1. kneed!
  2. kneedt!
  3. gekneed
  4. knedend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze

Translation Matrix for kneden:

VerbRelated TranslationsOther Translations
forma kneden; maken; modelleren; vervaardigen; vormen beeldhouwen; boetseren; fatsoeneren; modelleren; stileren; vorm geven; vormen; vormgeven
skapa kneden; maken; modelleren; vervaardigen; vormen concipiëren; fatsoeneren; formeren; in het leven roepen; maken; ontwerpen; scheppen; vormgeven

Wiktionary Translations for kneden:


Cross Translation:
FromToVia
kneden knåda knead — to work and press into a mass
kneden knåda pétrirdétremper de la farine avec de l’eau, la malaxer et en faire de la pâte.