Summary
Dutch to Swedish:   more detail...
  1. verluchten:
  2. Wiktionary:


Dutch

Detailed Translations for verluchten from Dutch to Swedish

verluchten:

verluchten verbe (verlucht, verluchtte, verluchtten, verlucht)

  1. verluchten (opsieren; verfraaien; opsmukken; )
    klä upp
    • klä upp verbe (klär upp, klädde upp, klätt upp)

Conjugations for verluchten:

o.t.t.
  1. verlucht
  2. verlucht
  3. verlucht
  4. verluchten
  5. verluchten
  6. verluchten
o.v.t.
  1. verluchtte
  2. verluchtte
  3. verluchtte
  4. verluchtten
  5. verluchtten
  6. verluchtten
v.t.t.
  1. heb verlucht
  2. hebt verlucht
  3. heeft verlucht
  4. hebben verlucht
  5. hebben verlucht
  6. hebben verlucht
v.v.t.
  1. had verlucht
  2. had verlucht
  3. had verlucht
  4. hadden verlucht
  5. hadden verlucht
  6. hadden verlucht
o.t.t.t.
  1. zal verluchten
  2. zult verluchten
  3. zal verluchten
  4. zullen verluchten
  5. zullen verluchten
  6. zullen verluchten
o.v.t.t.
  1. zou verluchten
  2. zou verluchten
  3. zou verluchten
  4. zouden verluchten
  5. zouden verluchten
  6. zouden verluchten
diversen
  1. verlucht!
  2. verlucht!
  3. verlucht
  4. verluchtend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze

Translation Matrix for verluchten:

VerbRelated TranslationsOther Translations
klä upp opschikken; opsieren; opsmukken; optuigen; tooien; verfraaien; verluchten; zich mooi maken opdirken; opdoffen; optutten; uitdossen

Wiktionary Translations for verluchten:


Cross Translation:
FromToVia
verluchten vädra air — to ventilate
verluchten göra berömd; illustrera; belysa; förklara illustrerrendre illustre.