Summary
Dutch to Swedish:   more detail...
  1. weglaten:
  2. Wiktionary:


Dutch

Detailed Translations for weglaten from Dutch to Swedish

weglaten:

weglaten verbe (laat weg, liet weg, lieten weg, weggelaten)

  1. weglaten
    utesluta; utelämna
    • utesluta verbe (uteslutar, uteslutade, uteslutat)
    • utelämna verbe (utelämnar, utelämnade, utelämnat)

Conjugations for weglaten:

o.t.t.
  1. laat weg
  2. laat weg
  3. laat weg
  4. laten weg
  5. laten weg
  6. laten weg
o.v.t.
  1. liet weg
  2. liet weg
  3. liet weg
  4. lieten weg
  5. lieten weg
  6. lieten weg
v.t.t.
  1. heb weggelaten
  2. hebt weggelaten
  3. heeft weggelaten
  4. hebben weggelaten
  5. hebben weggelaten
  6. hebben weggelaten
v.v.t.
  1. had weggelaten
  2. had weggelaten
  3. had weggelaten
  4. hadden weggelaten
  5. hadden weggelaten
  6. hadden weggelaten
o.t.t.t.
  1. zal weglaten
  2. zult weglaten
  3. zal weglaten
  4. zullen weglaten
  5. zullen weglaten
  6. zullen weglaten
o.v.t.t.
  1. zou weglaten
  2. zou weglaten
  3. zou weglaten
  4. zouden weglaten
  5. zouden weglaten
  6. zouden weglaten
diversen
  1. laat weg!
  2. laat weg!
  3. weggelaten
  4. weglatend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze

Translation Matrix for weglaten:

VerbRelated TranslationsOther Translations
utelämna weglaten
utesluta weglaten bannen; bezweren; buitensluiten; schorsen; suspenderen; uitbannen; uitsluiten; uitstoten; uitwijzen; uitzetten; uitzonderen; verbannen; verdrijven; verjagen; wegjagen

Wiktionary Translations for weglaten:


Cross Translation:
FromToVia
weglaten släppa; frigöra; gå sönder lâcherdétendre, desserrer quelque chose.
weglaten utelämna omettremanquer, soit volontairement, soit involontairement, à faire ou à dire ce qu’on pouvait, ce qu’on devait faire ou dire.