Summary
Dutch to English:   more detail...
  1. inkeer:
  2. Wiktionary:


Dutch

Detailed Translations for inkeer from Dutch to English

inkeer:

inkeer [de ~ (m)] nom

  1. de inkeer (bezinning)
    the repentance; the reflection; the sense

Translation Matrix for inkeer:

NounRelated TranslationsOther Translations
reflection bezinning; inkeer afspiegeling; bespiegeling; bezinning; gepeins; heroverweging; meditatie; overdenking; overdenking met commentaar; overpeinzing; reflectie; spiegelbeeld; spiegeling; weerkaatsing; weerschijn; weerschijnen; weerspiegelen; weerspiegeling
repentance bezinning; inkeer berouw; boetvaardige; spijt
sense bezinning; inkeer bedoeling; beduidenis; beduiding; betekenis; brein; denkvermogen; geest; hersens; ratio; strekking; tendens; vernuft; verstand
VerbRelated TranslationsOther Translations
sense aanvoelen; bemerken; bespeuren; gewaarworden; lucht krijgen van; merken; onderscheiden; ontwaren; te zien krijgen; uit elkaar houden; uiteenhouden; voelen; voorvoelen; waarnemen; zien
ModifierRelated TranslationsOther Translations
sense sensueel; wulps; zinlijk; zintuiglijke

Wiktionary Translations for inkeer:

inkeer
noun
  1. -

Cross Translation:
FromToVia
inkeer repentance repentiraction de se repentir.
inkeer repentance résipiscence — littéraire|fr reconnaissance de la faute avec retour au bien.