Summary
Dutch to English:   more detail...
  1. knipje:
  2. knip:
  3. Wiktionary:


Dutch

Detailed Translations for knipje from Dutch to English

knipje:

knipje [het ~] nom

  1. het knipje
    the snip

Translation Matrix for knipje:

NounRelated TranslationsOther Translations
snip knipje knipsel
VerbRelated TranslationsOther Translations
snip snipperen; verknippen; versnipperen

Related Words for "knipje":


knipje form of knip:

knip [de ~ (m)] nom

  1. de knip (portemonnaie; portemonnee; portefeuille; beurs)
    the wallet; the purse
  2. de knip (deurknip)
    the catch; the spring-bolt
  3. de knip (knipsluiting; knipslot)
    the latch; the clasp-fastening; the catch; the clasp-lock; the spring-bolt
  4. de knip (sluitinrichting voor deur of raam; grendel; schuif)
    the clasp; the bolt

Translation Matrix for knip:

NounRelated TranslationsOther Translations
bolt grendel; knip; schuif; sluitinrichting voor deur of raam bliksem; bliksemflits; bliksemschicht; bliksemslag; bout; flits; grendel; moerbout; schicht; schoot; schuif; tapbout; tong; verschuifbare sluiting
catch deurknip; knip; knipslot; knipsluiting buit; grendel; onderschepping; schoot; schuif; tong; vangst; verschuifbare sluiting
clasp grendel; knip; schuif; sluitinrichting voor deur of raam knipbeugel
clasp-fastening knip; knipslot; knipsluiting grendel; schoot; schuif; tong; verschuifbare sluiting
clasp-lock knip; knipslot; knipsluiting
latch knip; knipslot; knipsluiting grendel; schoot; schuif; tong; verschuifbare sluiting
purse beurs; knip; portefeuille; portemonnaie; portemonnee damestas; damestasje; geldbuidel; handtas; polstasje; tasje
spring-bolt deurknip; knip; knipslot; knipsluiting grendel; schoot; schuif; tong; verschuifbare sluiting
wallet beurs; knip; portefeuille; portemonnaie; portemonnee
VerbRelated TranslationsOther Translations
bolt builen; op hol slaan
catch aanklampen; aanpakken; azen; beetgrijpen; beetnemen; beetpakken; betrappen; buitmaken; graaien; grijpen; grissen; inpakken; inpalmen; jatten; klauwen; onverlangd krijgen; opdoen; oplopen; opvangen; pakken; pikken; prooizoeken; snaaien; snappen; vangen; vastgrijpen; vastklampen; vastnemen; vastpakken; vatten; verstrikken; wat neervalt opvangen; wegkapen
clasp aanklampen; beetgrijpen; beetpakken; graaien; grijpen; grissen; jatten; klampen; klemmen; knellen; omklemmen; pikken; snaaien; vastklampen; vastpakken; wegkapen

Related Words for "knip":


Wiktionary Translations for knip:

knip
noun
  1. the act of releasing the index finger from the hold of a thumb with a snap
  2. fastener or holder
  3. The act of snipping