Summary
Dutch to English:   more detail...
  1. timmerend in elkaar zetten:


Dutch

Detailed Translations for timmerend in elkaar zetten from Dutch to English

timmerend in elkaar zetten:

timmerend in elkaar zetten verbe

  1. timmerend in elkaar zetten (in elkaar timmeren; ineentimmeren)
    to build; to put together
    • build verbe (builds, built, building)
    • put together verbe (puts together, put together, putting together)

Translation Matrix for timmerend in elkaar zetten:

NounRelated TranslationsOther Translations
build build; constitutie; figuur; gedaante; gestalte; lichaamsbouw; lichaamspostuur; postuur; uiterlijk; vorm
put together samendoen
VerbRelated TranslationsOther Translations
build in elkaar timmeren; ineentimmeren; timmerend in elkaar zetten aanbouwen; bijbouwen; bouwen; compileren; construeren; opbouwen; oprichten; optrekken; overeindzetten; uitbouwen
put together in elkaar timmeren; ineentimmeren; timmerend in elkaar zetten bijeen plaatsen; bijeen zetten; formeren; naast elkaar plaatsen; samenplaatsen; samenschikken

Related Translations for timmerend in elkaar zetten