Summary
Dutch to English:   more detail...
  1. tranen afscheiden:


Dutch

Detailed Translations for tranen afscheiden from Dutch to English

tranen afscheiden:

tranen afscheiden verbe

  1. tranen afscheiden (tranen; huilen)
    to tear; to weep; to water
    • tear verbe (tears, tore, tearing)
    • weep verbe (weeps, wept, weeping)
    • water verbe (waters, watered, watering)

Translation Matrix for tranen afscheiden:

NounRelated TranslationsOther Translations
tear scheur; torn; traan; winkelhaak in kleding
water water
VerbRelated TranslationsOther Translations
tear huilen; tranen; tranen afscheiden accentueren; benadrukken; inscheuren; kapot scheuren; losscheuren; openrijten; openscheuren; rijten; scheuren; verscheuren
water huilen; tranen; tranen afscheiden begieten; besproeien; bespuiten; bevloeien; bevochtigen; drenken; irrigeren; sproeien; te drinken geven; water geven
weep huilen; tranen; tranen afscheiden huilen; janken; schreien; wenen

Related Translations for tranen afscheiden