Dutch

Detailed Translations for zoet from Dutch to Spanish

zoet:


Translation Matrix for zoet:

NounRelated TranslationsOther Translations
dulce kandij; lekkers; tussendoortje; ulevel; versnapering; zoetigheid
ejemplar exemplaar; model; monster; proefje; proeve; specimen; staal; staaltje; voorbeeld
AdjectiveRelated TranslationsOther Translations
- braaf; gehoorzaam; lief
ModifierRelated TranslationsOther Translations
amable braaf; deugdzaam; lief; voorbeeldig; zoet aangenaam; aanlokkelijk; aantrekkelijk; aardig; aimabel; attent; attractief; bedaard; behulpzaam; bekoorlijk; beminnelijk; bereidwillig; bevallig; charmant; comfortabel; coöperatief; dierbaar; favoriete; fijn; gedienstig; geestig; geinig; gelijkmoedig; gemakkelijk; genegenheid opwekkend; genoeglijk; geriefelijk; geschikt; geselecteerd; goedaardig; goedhartig; grappig; hartelijk; hulpvaardig; innemend; inschikkelijk; jofel; kalm; kalmpjes; knap; koddig; komiek; komisch; lachwekkend; lekker; leuk; lief; lievelings; lollig; medewerkend; minnelijk; minzaam; mooi; onbewogen; op een aardige manier; plezierig; prettig; rustig; sereen; sympathiek; tegemoetkomend; toegenegen; toeschietelijk; tof; verkoren; voorkomend; vriendelijk; vriendelijke; welwillend; zachtaardig
azucarado gesuikerd; zoet suikerachtig; suikerig
bueno braaf; deugdzaam; lief; voorbeeldig; zoet aangenaam; aanlokkelijk; aantrekkelijk; aardig; aimabel; attent; attractief; behulpzaam; bekoorlijk; bevallig; braaf; braafjes; charmant; correct; eerlijk; fijn; goddelijk; goed; goedaardig; goedhartig; heerlijk; hemels; hulpvaardig; juist; knap; lekker; momenteel; mooi; nou; nu; op dit moment; paradijselijk; plezierig; precies; prettig; rechtgeaard; rechtschapen; rechtvaardig; smakelijk; subtiel; tegenwoordig; tja; verlokkend; verrukkelijk; voorkomend; vriendelijk; zachtaardig; zalig; ziezo
docil braaf; deugdzaam; lief; voorbeeldig; zoet dienstbaar; gedienstig; slaafs; volgzaam
dulce gesuikerd; zoet; zoetsmakend elegant; gracieus; lieftallig; mals; sierlijk; zacht; zacht aanvoelend; zoetsappig
ejemplar braaf; deugdzaam; lief; voorbeeldig; zoet modelmatig; voorbeeldig
modélico braaf; deugdzaam; lief; voorbeeldig; zoet modelmatig; voorbeeldig
obediente braaf; deugdzaam; lief; voorbeeldig; zoet dienstbaar; eerlijk; fideel; gedienstig; gedwee; gehoorzaam; gewillig; inschikkelijk; kneedbaar; meegaand; openhartig; oprecht; rondborstig; slaafs; soepel; tam; toegeeflijk; toegevend; trouwhartig; volgzaam; vormbaar

Related Words for "zoet":

  • zoetheid, zoeter, zoetere, zoetst, zoetste, zoete

Synonyms for "zoet":


Antonyms for "zoet":


Related Definitions for "zoet":

  1. wie zich goed gedraagt, wie doet wat ik zeg1
    • Ilse is een zoet kind1
  2. aangename smaak die ontstaat door suiker1
    • de sinaasappel is lekker zoet1

Wiktionary Translations for zoet:

zoet
adjective
  1. ter omschrijving van een vaak als aangename ervaren smaak zoals die van suiker

Cross Translation:
FromToVia
zoet dulce; simple fresh — without salt
zoet dulce; rico; sabroso; gustoso sweet — having a pleasant taste
zoet dulce sweet — having a taste of sugar
zoet azucarado sweet — containing a sweetening ingredient
zoet dulce sweet — not having a salty taste
zoet dulce; fragante; oloroso sweet — having a pleasant smell
zoet dulce süßGeschmacksrichtung von Zucker oder Honig
zoet blando; suave; dulce; embotado; obtuso; apacible doux — Traductions à trier suivant le sens.
zoet dulce friandiseconfiserie ou pâtisserie de petite taille.
zoet encantador; cautivador; dulce; amable; afable gentilagréable, charmant, mignon, aimable. Qui a une certaine grâce, un certain agrément délicat.
zoet dulce sucré — Qui a un goût de sucre.

zoet form of zoeten:

zoeten verbe (zoet, zoette, zoetten, gezoet)

  1. zoeten (zoetmaken)

Conjugations for zoeten:

o.t.t.
  1. zoet
  2. zoet
  3. zoet
  4. zoeten
  5. zoeten
  6. zoeten
o.v.t.
  1. zoette
  2. zoette
  3. zoette
  4. zoetten
  5. zoetten
  6. zoetten
v.t.t.
  1. heb gezoet
  2. hebt gezoet
  3. heeft gezoet
  4. hebben gezoet
  5. hebben gezoet
  6. hebben gezoet
v.v.t.
  1. had gezoet
  2. had gezoet
  3. had gezoet
  4. hadden gezoet
  5. hadden gezoet
  6. hadden gezoet
o.t.t.t.
  1. zal zoeten
  2. zult zoeten
  3. zal zoeten
  4. zullen zoeten
  5. zullen zoeten
  6. zullen zoeten
o.v.t.t.
  1. zou zoeten
  2. zou zoeten
  3. zou zoeten
  4. zouden zoeten
  5. zouden zoeten
  6. zouden zoeten
diversen
  1. zoet!
  2. zoet!
  3. gezoet
  4. zoetend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze

Translation Matrix for zoeten:

VerbRelated TranslationsOther Translations
azucarar zoeten; zoetmaken besuikeren; insuikeren; met suiker doordrenken
edulcorar zoeten; zoetmaken
endulzar zoeten; zoetmaken

Wiktionary Translations for zoeten:

zoeten
verb
  1. zoet maken

Cross Translation:
FromToVia
zoeten azucarar sweeten — To make sweet to the taste

Related Translations for zoet