Summary
Dutch to French:   more detail...
  1. iets neerleggen:


Dutch

Detailed Translations for iets neerleggen from Dutch to French

iets neerleggen:

iets neerleggen verbe

  1. iets neerleggen
    poser; déposer; mettre
    • poser verbe (pose, poses, posons, posez, )
    • déposer verbe (dépose, déposes, déposons, déposez, )
    • mettre verbe (mets, met, mettons, mettez, )

Translation Matrix for iets neerleggen:

VerbRelated TranslationsOther Translations
déposer iets neerleggen aangeven; aanreiken; afgeven; capituleren; deponeren; geven; leggen; neerleggen; neervlijen; neerzetten; onderuit halen; ontzetten; opgeven; overgeven; overhandigen; plaatsen; posten; posteren; stationeren; storten; toesteken; uit de macht ontzetten; uitleveren; versturen; wegleggen; zenden; zetten; zich overgeven
mettre iets neerleggen aan tafel bedienen; aanbrengen; aandoen; aankleden; aanleggen; aanrichten; aanstichten; aantrekken; bedienen; bevestigen; bijzetten; deponeren; dichttrekken; installeren; leggen; monteren en aansluiten; neerleggen; neervlijen; neerzetten; omdoen; onderuit halen; opdienen; opdissen; plaatsen; posten; posteren; stationeren; vastbinden; vastleggen; vastmaken; vastzetten; verbinden; veroorzaken; verzekeren; voorbinden; voordoen; voorzetten; wegleggen; zetten
poser iets neerleggen benoemen; bevestigen; bijzetten; deponeren; ergens aan bevestigen; in functie aanstellen; leggen; neerleggen; neervlijen; neerzetten; onderuit halen; plaatsen; posten; posteren; stationeren; vastmaken; vastzetten; zetten

Related Translations for iets neerleggen